Intellect Transfer B.V.

Wet DBA

Invoering van de nieuwe Wet DBA niet vóór 2021. Onder andere problemen rond de invoering van een minimum inhuurtarief voor ZZP’ers vertragen de nieuwe wet DBA.
Minister van Sociale Zaken Koolmees meldt dat het kabinet meer tijd nodig heeft om tot een nieuwe wet DBA te komen; het streven nu is een nieuwe Wet DBA per 1 januari 2021.
Het kabinet komt in drie jaar en drie fases naar nieuwe regels voor het inhuren van zelfstandigen: middels een verduidelijking van de term ‘gezag’; invoering van een webmodule (2020) en het stellen van uitzonderingsregels voor ZZP’ers met een laag tarief en een
opt-out voor hoog tarief ZZP’ers (2021). De Kamer moet haar oordeel over deze beleidsvoornemens nog geven; de verwachting daarbij is dat er flink gelobbyd zal worden door belangenorganisaties
.

Vervanging Wet DBA

Doel van de vervanging Wet DBA is het tegengaan van schijnzelfstandigheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt en het zekerheid geven aan opdrachtgevers en ZZP’ers dat er geen sprake is van een dienstbetrekking.
Om beide doelen te bereiken komt er ten aanzien van de onderkant van de arbeidsmarkt een restrictief beleid. Voor de bovenkant van de markt komt er een opt-out voor hogere tarieven.

  • Afspraken uit het regeerakkoord
    In het Regeerakkoord werd gesproken over drie criteria om te bepalen of iemand wel of niet als zelfstandige kan worden ingehuurd:
  1. Het tarief dat een opdrachtgever betaalt aan de opdrachtnemer;
  2. De lengte van de opdracht (‘duur’);
  3. De aard van de werkzaamheden: regulier of niet-regulier.

Echter het huidige plan omtrent het minimumtarief - specifiek de omzetting van een bestaande overeenkomst van opdracht van zelfstandigen naar een zogenoemde “ALT”: Arbeidsovereenkomst bij laag tarief - is mogelijk in strijd met de Europese wet. Vandaar dat het Kabinet meer tijd wil nemen waarbij het idee van een tariefgrens waarschijnlijk niet direct wordt losgelaten.
Het kabinet heeft onderzoek laten uitvoeren waaruit blijkt dat ongeveer 13% van de zelfstandigen met zakelijke opdrachtgevers binnen bovengenoemde groep valt.
N.B.: Reguliere werkzaamheden vervalt mogelijk als criterium
Vanwege het feit dat veldpartijen veel kritiek hebben op het begrip ‘reguliere werkzaamheden’, wil het kabinet nader onderzoeken of volstaan kan worden met alleen de criteria ‘duur’ en ‘tarief’.

Nieuwe Wet DBA - invoering in fases

Hoewel een deel van de invoering van de nieuwe Wet DBA vertraging oploopt worden er wel een aantal andere stappen volgens plan doorgevoerd.
Daarbij gaat het om de volgende fasering:

  1. Per 1 januari 2019: verduidelijking van de term ‘gezag’;
  2. Per 1 januari 2020: invoering van webmodule om vooraf zekerheid te krijgen omtrent de relatie met een ZZP’er;
  3. Per 1 januari 2012: Uitzonderingsregels voor ZZP’ers met een laag tarief of opt-out voor hoog tarief.

Gezagsverhouding

Per 1 januari 2019 wil het Kabinet een verduidelijking van de term ‘gezag’ hebben uitgevoerd.
De minister heeft recent alvast een lijst met indicaties en contra-indicaties voor de term ‘gezagsverhouding’ naar de Kamer gestuurd. Hiermee kunnen opdrachtgevers en opdrachtnemers zelf beoordelen of er sprake is van een gezagsverhouding en dus of er loonheffingen ingehouden moeten worden.
De Minister heeft met de verduidelijking van het gezagscriterium vooral een nieuw handhavingskader voor de Belastingdienst opgesteld welke per 1 januari 2019 zal worden opgenomen in het Handboek Loonheffingen 2019 van de Belastingdienst.

Indicaties gezagsverhouding
De Belastingdienst zal willen beoordelen of er al dan niet sprake is van een gezagsverhouding. Hiertoe is een lijst opgesteld met zogenaamde Indicaties gezagsverhouding (“aanwijzingen”) en Contra indicatie gezagsverhouding.
De beoordeling zal echter goed worden afgewogen en er zal gekeken worden naar de onderlinge samenhang van de verschillende criteria.
De indicaties zijn onderverdeeld in vijf categorieën:

  1. leiding en toezicht;
  2. vergelijkbaarheid personeel;
  3. werktijden, locatie, materialen, hulpmiddelen en gereedschappen;
  4. manier waarop de werkende naar buiten treedt;
  5. overige relevante aspecten.


Webmodule

Naar verwachting per 1 januari 2020 volgt er invoering van een webmodule om vooraf zekerheid te krijgen omtrent de relatie met een ZZP’er.

  • Webmodule vragenlijst
    De webmodule geeft op basis van een in te vullen vragenlijst – indien deze leidt tot de conclusie “buiten dienstbetrekking” - een opdrachtgeversverklaring af.
  • Opdrachtgeversverklaring
    De zogenoemde opdrachtgeversverklaring is een verklaring van vrijwaring vooraf waarmee de opdrachtgever zekerheid krijgt dat hij geen loonheffingen, premies werknemersverzekeringen etc. hoeft te betalen.
  • Duur van de opdracht en hoogte van het tarief
    Op dit moment is nog niet duidelijk welke vragen gesteld gaan worden in de webmodule en hoe één en ander gaat worden gewogen. Het is ook onbekend hoe criteria als ‘duur van de opdracht’ en ‘hoogte van het tarief’ terugkomen in de webmodule.
    In de loop van 2019 zal de Minister met een nadere toelichting op de webmodule komen.

Opt-out voor hoog tarief ZZP’ers

Per 1 januari 2021 volgen naar alle waarschijnlijkheid uitzonderingsregels voor ZZP’ers met een laag tarief en een opt-out voor hoog tarief ZZP’ers.

  • Opt-out voor hoog tarief 
    Opdrachtgevers en ZZP’er kunnen er via de zogenoemde opt-out regeling gezamenlijk voor kiezen dat er sprake is van een opdrachtrelatie en dat er derhalve geen loonheffingen hoeven worden ingehouden.
  • Criteria opt-out: hoogte tarief en duur opdracht
    In de Kamerbrief die de Minister recent heeft gestuurd wordt gesproken over twee criteria: hoogte tarief en lengte opdracht. Het eerder in het Regeerakkoord genoemde criterium wel of geen ‘reguliere werkzaamheden’ komt niet terug in de Kamerbrief en vervalt mogelijk.
  • Hoogte tarief
    In de bijlage behorend bij de Brief aan de Kamer wordt het eerder genoemde bedrag van € 75, -- genoemd. Veldpartijen pleiten voor het tarief te verlagen zodat een grotere groep het gemak kan krijgen van de opt-out regeling.
  • Lengte opdracht
    In de Kamerbrief wordt geen nadere aanduiding van termijn gegeven maar de verwachting is dat het zal gaan om een maximale duur van een jaar.