Intellect Transfer B.V.

Wet DBA

Invoering van de nieuwe Wet DBA is uitgesteld tot 2020. Het kabinet komt in drie fases naar nieuwe regels voor het inhuren van zelfstandigen: 1) een verduidelijking van de term ‘gezag’ (2019); 2) invoering van een webmodule (2020) en 3) het stellen van uitzonderingsregels voor ZZP’ers met een laag tarief en een opt-out voor hoog tarief ZZP’ers (2021).
Voor de ZZP’er is het van belang te werken volgens de nieuwe gezagscriteria, tegelijkertijd kan hij er van uit gaan dat er naar alle waarschijnlijkheid een opt-out komt voor hoog tarief ZZP’ers (2021). 


Nieuwe Wet DBA - invoering in fases

Hoewel een deel van de invoering van de nieuwe Wet DBA vertraging oploopt worden er wel een aantal andere stappen volgens plan doorgevoerd.
Daarbij gaat het om de volgende fasering:

  1. Per 1 januari 2019: verduidelijking van de term ‘gezag’;
  2. Per 1 januari 2020: invoering van webmodule om vooraf zekerheid te krijgen omtrent de relatie met een ZZP’er;
  3. Per 1 januari 2021: Uitzonderingsregels voor ZZP’ers met een laag tarief of opt-out voor hoog tarief.

Verduidelijking van de term ‘gezag’

De Belastingdienst heeft als eerste stap gezorgd voor verduidelijking van de term ‘gezag’. De nieuwe gezagscriteria zijn sinds 2019 in het Handboek Loonheffingen opgenomen en zijn daarmee onderdeel van het geldend recht (zie hiertoe de site van de Belastingdienst).
Opdrachtgever en opdrachtnemer kunnen zelf aan de hand van een lijst met indicaties (“aanwijzingen”) en contra-indicaties beoordelen of er al dan niet sprake is van een gezagsverhouding en daarmee voor het werken in dienstbetrekking.

Gezagsverhouding ZZP - Let op Gezagscriteria

Inmiddels zijn de nieuwe gezagscriteria in het Handboek Loonheffingen 2019 van de Belastingdienst opgenomen. Hiermee kan worden bepaald of een werkende wel of niet als zelfstandige kan worden beschouwd.
Hoewel deze gezagscriteria nog kunnen worden aangescherpt, zijn deze regels wel al geldend en dus van zeer groot belang om rekening mee te houden in het aangaan van een overeenkomst van opdracht als opdrachtgever en opdrachtnemer.
 
Indicaties gezagsverhouding
De Belastingdienst zal willen beoordelen of er al dan niet sprake is van een gezagsverhouding. Hiertoe is een lijst opgesteld met zogenaamde Indicaties gezagsverhouding (“aanwijzingen”) en Contra indicatie gezagsverhouding.
Van belang is om de volgende elementen en hun onderlinge verhouding goed te beoordelen in de overeenkomst van opdracht t.b.v. een zuivere opdrachtrelatie:
De indicaties zijn onderverdeeld in vijf categorieën:

  1. leiding en toezicht;
  2. vergelijkbaarheid personeel;
  3. werktijden, locatie, materialen, hulpmiddelen en gereedschappen;
  4. manier waarop de werkende naar buiten treedt;
  5. overige relevante aspecten.

Ad 1. Leiding en toezicht
Een indicatie voor een gezagsverhouding is bijvoorbeeld als in de Overeenkomst van opdracht wordt vermeld dat Opdrachtnemer gehouden is zich te richten naar de instructies van Opdrachtgever over de manier waarop de opdracht moet worden uitgevoerd.
Tips: zorg dus dat in de Overeenkomst van opdracht deze bepaling niet is opgenomen (wel kan gesproken worden over dat er, voor zover dat voor de uitvoering van de opdracht nodig is, afstemming plaatsvindt met Opdrachtgever in geval van samenwerking met anderen, zodat deze optimaal zal verlopen).
Van belang is het opnemen van een bepaling dat Opdrachtnemer bij het uitvoeren van de overeengekomen werkzaamheden geheel zelfstandig is en dat er geen sprake is van leiding en toezicht.
Een andere tip is om zorgen dat het resultaat en duur (begin en eindpunt) van de opdracht concreet zijn beschreven, omdat daarmee aannemelijker is dat de werkende buiten een gezagsverhouding werkt.

Ad 2. Vergelijkbaarheid personeel
Een indicatie voor een gezagsverhouding is bijvoorbeeld als de ZZP’er recent een arbeidscontract heeft gehad bij de opdrachtgever.
Een contra indicatie voor een gezagsverhouding is bijvoorbeeld als de werkende een duidelijk hogere beloning voor de werkzaamheden krijgt dan werknemers die soortgelijk werk in loondienst verrichten.

Ad 5. Overige relevante aspecten
Aansprakelijkheid voor risico's: Opdrachtgever verwacht dat Opdrachtnemer zich afdoende verzekert: niet van toepassing!
Althans voor WTZi toegelaten instellingen geldt een centrale aansprakelijkheid (de zgn. parapludekking) (lid 2 van Art. 7:462 BW en artikel 5 WTZi). Het is daarbij wél van belang dat de Opdrachtgever de kosten van de verzekering naar rato doorbelast aan Opdrachtnemer (zzp'er).
Zie hiertoe Beroepsaansprakelijkheidsverzekering in de overeenkomst van opdracht ZZP.
Concurrentie- en relatiebeding: Opdrachtgever verklaart zich er uitdrukkelijk mee akkoord dat Opdrachtnemer ook ten behoeve van andere opdrachtgevers werkzaamheden verricht.

Webmodule

Naar verwachting per 1 januari 2020 volgt er invoering van een webmodule om vooraf zekerheid te krijgen omtrent de relatie met een ZZP’er.
In de loop van 2019 volgt hierover meer duidelijkheid. Deze Webmodule is vooral bedoeld voor de “middengroep”, d.w.z. exclusief de laag-tarief ZZP’ers (want zeer waarschijnlijk automatisch dienstverband) en de hoog-tarief ZZP’ers (opt-out).

Opt-out voor hoog tarief ZZP’ers

Per 1 januari 2021 volgen naar alle waarschijnlijkheid uitzonderingsregels voor ZZP’ers met een laag tarief en een opt-out voor hoog tarief ZZP’ers.

  • Opt-out voor hoog tarief 
    Opdrachtgevers en ZZP’er kunnen er via de zogenoemde opt-out regeling gezamenlijk voor kiezen dat er sprake is van een opdrachtrelatie en dat er derhalve geen loonheffingen hoeven worden ingehouden.
  • Criteria opt-out: hoogte tarief en duur opdracht
    In de Kamerbrief die de Minister recent heeft gestuurd wordt gesproken over twee criteria: hoogte tarief en lengte opdracht. Het eerder in het Regeerakkoord genoemde criterium wel of geen ‘reguliere werkzaamheden’ komt niet terug in de Kamerbrief en vervalt mogelijk.
  • Hoogte tarief
    In de bijlage behorend bij de Brief aan de Kamer wordt het eerder genoemde bedrag van € 75, -- genoemd. Veldpartijen pleiten voor het tarief te verlagen zodat een grotere groep het gemak kan krijgen van de opt-out regeling.
  • Lengte opdracht
    In de Kamerbrief wordt geen nadere aanduiding van termijn gegeven maar de verwachting is dat het zal gaan om een maximale duur van een jaar.

Handhavingsbeleid

De Belastingdienst voert een terughoudend handhavingsbeleid en beboet alleen bij opzettelijke schijnzelfstandigheid. De Belastingdienst verwacht echter steeds meer verantwoordelijkheid van opdrachtgever en opdrachtnemer om te voldoen aan een zuivere opdrachtrelatie.

Commentaar

De huidige wet- en regelgeving op het terrein van het ZZP-dossier is zeer complex en loopt langs juridische en fiscale lijnen waarbij er ook politieke belangen spelen. Zie bijvoorbeeld de recente moties in de Tweede Kamer (13 maart 2019) over strengere handhaving door de Belastingdienst n.a.v. geconstateerde schijnzelfstandigheid bij veel bedrijven die met ZZP’ers werken. Het Kabinet geeft echter aan dat het huidige handhavingsmoratorium blijft staan.
Mogelijk ligt een oplossing van het dossier niet langs de lijn van werknemerschap, maar langs de lijn van ondernemerschap.


Bron: website van de Belastingdienst en ZiPconomy.